Zilveren wijnkan

Zilveren wijnkan

Amsterdam
1663

Zilver

Hoogte 39 cm, diameter 21 cm

Zilveren wijnkan uit de Rothschild-collectie met wapen van de familie von Pendler

 

Zilver

Hoogte 38 cm

Gewicht 2645 gr

Jaarletter L voor 1663

Stadskeur Amsterdam

Meesterteken : Henricus van Leeuwen, Amsterdam

Merk import Frankrijk 1864-1893

Merken Zweedse import merken na 1912

 

 

 

Herkomst:

Europese (Rothschild?) verzameling (niet Frans)

Baroness James de Rothschild, Parijs na 1864 en voor 1893 (importkeur)

Zweedse verzameling na 1931 (haar overlijden)

Engelse Handel (Wellby) ca 1987

Antiquair Beeling, Leeuwarden, gepresenteerd op Delft 40e Kunst- en Antiekbeurs 1988 catalogus p. 46,47.

Verkocht aan Joseph Ritman,

diens veilingSotheby, Geneva 16 mei 1995, lot 81

Particuliere collectie

 

Literatuur: E Alfred Jones, A catalogue of the objects in Gold & Silver and the Limoges Enamels in the collection of the baroness James de Rothschild, London 1912, p. 138, illustrated on plate LXXI.

Catalogus Delft, 40e Kunst- en Antiekbeurs, 1988, p.46,47.

 

Deze hoge kan met deksel, tuit en oor is zeer bijzonder. De uitstraling is zeer rijk en door de vele gedreven bloemen, verguldingen en geornamenteerde friezen is het een buitengewoon pronkstuk.

De vorm is zeer uitzonderlijk. Deze kan lijkt op het eerste gezicht niet Hollands. De vorm past niet in het beeld dat er is van Amsterdamse kannen uit het derde kwart van de 17de eeuw. Toch is deze kan in Amsterdam gemaakt. De vorm, een humpen met opzet en tuit is ongekend. Uit onderzoek is gebleken dat er naast deze kan alleen twee Amsterdamse zilveren kannen in het Kremlin in Moskou zijn die een vergelijkbare vorm van een humpen met tuit hebben echter zonder de opzet.

Wie was de maker van de Amsterdamse kan?

De maker Henricus Barents van Leeuwen was werkzaam in Amsterdam vanaf 1663 en stond bekend om zijn gedreven kannen. Hij werd geboren in 1639 als zoon van Barent van Leeuwen en Lijntje Hendriks. Zijn vader Barent was eveneens zilversmid in Amsterdam. Na 1689 is hij overleden.Hij was gevestigd in de St. Janssstraat. Van zijn hand is weining werk meer bekend.

De twee kannen in Moskou zijn gemaakt door een collega van Van Leeuwen, namelijk Roelof Pieter van Emden van Vries. Deze zilversmid, geboren in Emden was vanaf 1655 werkzaam in Amsterdam. In 1663 vervaardigde hij voor Grigory Stroganov twaalf bekers en twee kannen (zie foto).In 1664 overleed Roelof Pieter van Emden van Vries. Hij woonde toen in de St Jansstraat, net als zijn collega Henricus van Leeuwen.

Roelof Pieter van Emden van Vries, Amsterdam 1663, kan, een van twee, Kremlin Moskou

 

De kannen voor Stroganov, nu in het Kremlin, zijn in opdracht voor deze rijke Russische ondernemer vervaardigd. Over het hoe en waarom is weinig bekend. Heeft hij ze zelf in Amsterdam besteld? Werden ze door een agent in Amsterdam besteld of waren ze een geschenk van een Amsterdamse koopman aan Stroganov?

Een geschenk van deze omvang was niet ongebruikelijk in de zeventiende eeuw. Veel van het Hollandse zilver in Moskou is daar terecht gekomen via geschenken aan de Tsaar van gezantschappen.

Dat zilver werd in opdracht vervaardigd en door ambassadeurs in Moskou aan de Tsaar aangeboden.

Ook Van Leeuwen heeft voor zo’n gezantschap kannen vervaardigd. In 1665 maakte hij zes kannen voor de ambassadeur Boreel die ze in dat jaar aanbood aan de Tsaar. Dit zijn de enige andere kannen van zijn hand die nog bekend zijn.

 

Henricus van Leeuwen Amsterdam 1665, kan, een van zes, Kremlin Museum Moskou

 

De vorm van de kan opmerkelijk en ongekend te noemen. Twee zilversmeden hebben in het zelfde jaar in dezelfde straat in Amsterdam zo’n kan gemaakt. Waarvoor diende deze kan en wat is haar oorsprong? Aangezien Stroganov ook twaalf bekers bij de kan had van dezelfde maker uit hetzelfde jaar is het aannemelijk dat bekers en kan een stel vormden. De bekertjes waren bedoeld voor wijn, de kan waarschijnlijk dus ook.

Hiermee is dit dus een van de eerste wijnkannen gemaakt in Holland. Omdat de maker niet wist hoe zoiets eruit moest zien heeft hij voor hem bekende vormen en onderdelen bij elkaar genomen.

Een gigantische pul met deksel met daaraan een tuit. De tuit was in die tijd met name bekend van olie en azijnstellen zoals de befaamde van Anthonie Grill uit 1642 in het Rijksmuseum (waarvan diverse onderdelen ook in Moskou terecht zijn gekomen).

De drukke florale versieringen op de kan passen in het derde kwart van de zeventiende eeuw waarin de bloemstijl op zijn hoogtepunt was. Deze typisch Hollandse, uitbundige versiering met bloemen manifesteerde zich vanaf ca 1610 in tapisserie geweven tafelkleden en zou zich gaandeweg de zeventiende eeuw ontwikkelen tot een soort nationale stijl in met name de kunstnijverheid. In het derde kwart van de zeventiende eeuw was deze stijl met name in zilver ongekend populair.

Het wapen op de deksel is een zeventiende eeuws wapen van de Oostenrijkse familie Pendler.

Het schild is gelijk, het helmteken iets anders. Wanneer de kan uit de familie Von Pendler is verkocht is onduidelijk. Er zijn geen veilingen bekend waarin deze familie ergens voor 1900 deze kan verkoopt.

Mogelijk is de familie in Oostenrijk uitgestorven.

Zie afbeelding:

Johann Siebmachers erneuert und vermehrtes Waffen-Buch, Nurnberg 1705 derde deel, p.62

 

Waarom zij in 1663 deze kan bestellen of ten geschenke krijgen is onduidelijk. Zoals beschreven is in het geval van de Moskouse kannen moeten beide mogelijkheden van verwerving niet uitgesloten worden. Amsterdam was in de zeventiende eeuw de belangrijkste stad van wereld en zeker op het gebied van zilver had het een uitstekende reputatie. Iemand die wilde laten zien dat hij bij de tijd en modieus was bestelde topstukken in Amsterdam.

Cosimo de Medici bezocht Amsterdam in deze periode en bestelde er schilderijen. De Tjechische vorst Lobkowitz besteld een compleet Delfts aardewerken servies met zijn familiewapen.

Het wapen van Pendler wordt in de Siebmacher van 1705 gepubliceerd en als zodanig overgenomen in het Armorial General van Rietstap. In de Neue Siebmacher, die tussen 1854 en 1967 verscheen en waarin alle families verder geduid worden komt Pendler niet meer voor. Waarschijnlijk was de familie toen reeds uitgestorven of dusdanig in de vergetelheid geraakt dat zij niet zijn opgenomen in deze nieuwe editie.

Onderzoek in Oostenrijkse archieven heeft t ot op heden alleen Josefa Freiin von Pendler opgeleverd die op 25 april 1798 een akte laat opmaken. Het is aannemelijk dat zij familie was van de eerste eigenaar van de kan.

 

Jaarletters en andere keuren;

De kan is op diverse plaatsen gekeurd met verschillende merken. Allereerst is er het meesterteken van Van Leeuwen, het stadskeur van Amsterdam en de jaarletter L. Deze jaarletter is in twee jaren gebruikt namelijk 1663 en 1673. Omdat de kannen in Moskau in 1663 zijn gemaakt (deVries gaat dood in 1664) is het hoogst waarschijnlijk dat de kan van Van Leeuwen ook in 1663 is vervaardigd.

Er staan diverse buitenlandse importkeuren in de kan. Allereerst een Franse uit de negentiende eeuw en vervolgens een Zweedse van na 1912. In de herkomstgeschiedenis van de kan wordt hier nader op ingegaan.

Herkomstgeschiedenis;

De kan is voor het eerst gepubliceerd toen hij in het bezit was van Baroness James de Rothschild (1847-1931 Parijs) in 1912. Toen werd de kan omschreven als Hongaars. Laura von Rothschild werd in 1847 geboren in Frankfurt en trouwde met haar neef James Nathan de Rothschild (1844-1881) uit Franse tak. Zij woonden in Parijs en kregen een zoon. Henri.

De kan kwam mogelijk met haar huwelijk al naar Frankrijk. (Frans import merk gebruikt tussen 1864 en 1893) Wellicht was het een cadeau of erfenis van haar vader Mayer Carl de Rothschild (overleden in 1886), de Frankfortse verzamelaar die een inmense collectie naliet aan zijn vijf kinderen. Maar het kan ook via de Weense tak van de Rothschilds in Parijs terecht gekomen zijn. Een laatste mogelijkheid is dat de barones het zelf heeft gekocht voor haar uitgebreide verzameling. Na de dood van Baroness James erfde zoon Henri (1872-1947)de kan. Hij heeft direct veel verkocht en op enig moment is de kan in Zweden terecht gekomen ( Zweeds import merk). Via de Engelse handel is de kan in de jaren tachtig bij Beeling terecht gekomen die het voorwerp tentoonstelde en publiceerde in de catalogus van de Delftse kunst- en antiekbeurs en heeft verkocht aan J. Ritman.

Objectnummer: 1665